Je grens herkennen bij PEM: hoe weet je wat te veel is?
Je grens herkennen bij PEM

Je grens herkennen bij PEM: hoe merk je dat het te veel wordt?

Misschien ken je je grens eigenlijk best goed. Alleen weet je vaak pas achteraf waar hij die dag lag. Je hebt iets gedaan wat op het moment zelf nog prima leek te gaan. Een gesprek gevoerd, wat opgeruimd, achter de computer gezeten of even de deur uit geweest. En pas later merk je: dit was blijkbaar toch te veel.

Dat maakt je grens herkennen bij PEM zo ingewikkeld. Je lichaam geeft niet altijd een duidelijk waarschuwingssignaal op het moment dat je over je belastbaarheid heen gaat. Bij PEM kan de verergering van klachten namelijk vertraagd optreden. Soms pas uren later of de volgende dag.

Waarom is je grens bij PEM zo moeilijk te herkennen?

Bij gewone inspanning merk je waarschijnlijk redelijk snel wanneer iets vermoeiend wordt. Bij PEM werkt dat helaas niet altijd zo overzichtelijk. Je kunt tijdens een activiteit nog het gevoel hebben dat het goed gaat. Misschien voel je zelfs helemaal geen duidelijke vermoeidheid. En toch blijken de klachten later toe te nemen. Juist die vertraging maakt het lastig om op het moment zelf te bepalen waar je grens ligt.

Daar komt nog bij dat je grens niet iedere dag op precies dezelfde plek ligt. Je belastbaarheid kan wisselen door bijvoorbeeld eerdere activiteiten, slaap, prikkels, stress of doordat je lichaam die dag gewoon minder ruimte heeft. Wat gisteren nog prima ging, kan vandaag toch te veel zijn. Dat kan frustrerend zijn, zeker als je juist heel zorgvuldig probeert om binnen je grenzen te blijven.

En soms is er achteraf helemaal geen duidelijke reden te vinden voor een terugslag. Je kunt terugkijken op de dag ervoor en denken: maar ik heb toch helemaal niets bijzonders gedaan? Ook dat komt voor. Niet iedere terugslag betekent automatisch dat je iets verkeerd hebt gedaan of dat je een grens had moeten zien aankomen.

Juist daarom gaat je grens herkennen bij PEM niet alleen over goed voelen wat er tijdens een activiteit gebeurt. Het gaat ook om terugkijken, patronen leren herkennen en accepteren dat je belastbaarheid niet altijd volledig voorspelbaar is.

Zijn er signalen vóórdat je over je grens gaat?

Sommige mensen leren na verloop van tijd bepaalde signalen herkennen die erop kunnen wijzen dat de belasting begint op te lopen. Dat hoeft niet alleen vermoeidheid te zijn. Je kunt bijvoorbeeld merken dat concentreren moeilijker wordt, dat je minder makkelijk op woorden komt, dat geluid of licht harder binnenkomt of dat je lichaam ineens zwaar voelt. Bij sommige mensen ontstaat na belasting bovendien een ziek of grieperig gevoel.

Ook duizeligheid, een zwaar hoofd, wazigheid of een gevoel van plotselinge zwakte kunnen voorkomen. Zulke signalen kunnen handig zijn, omdat ze je soms eerder iets vertellen dan duidelijke vermoeidheid. Maar het zijn geen vaste waarschuwingslampjes. Niet iedereen heeft dezelfde signalen, en bij sommige mensen zijn ze de ene dag wel duidelijk en de andere dag nauwelijks.

Het kan daarom helpen om niet alleen te letten op wat je voelt, maar ook op wanneer het gebeurt. Merk je dat bepaalde signalen vaker ontstaan na een gesprek, beeldschermtijd, lopen, douchen of een drukke ochtend? Dan kan daar een persoonlijk patroon in zitten.

En belangrijk: sommige mensen merken vooraf vrijwel niets. In dat geval komt de informatie vooral achteraf, doordat je ziet welke activiteiten of combinaties van activiteiten vaker gevolgd worden door een duidelijke toename van klachten.

Daarom is deze vraag vaak nuttiger dan zoeken naar één signaal: wat gebeurt er bij jou meestal voordat je klachten verergeren?

Kijk niet alleen naar hoe moe je bent

Een veelgemaakte denkfout is dat je grens alleen zou worden bepaald door lichamelijke inspanning. Maar belasting kan veel meer zijn. Een lang gesprek kan zwaar zijn. Een middag achter een beeldscherm ook. Net als lezen, nadenken, emoties verwerken, veel geluid om je heen hebben of sociaal contact.

Daardoor kun je denken: ik heb vandaag helemaal niet zoveel gedaan. Terwijl je ondertussen wel slecht hebt geslapen, boodschappen hebt gedaan, een intensief gesprek hebt gevoerd en een tijd achter de computer hebt gezeten. Los van elkaar lijkt dat misschien niet veel. Samen kan het toch een flinke belasting zijn.

Kijk ook naar wat er ná een activiteit gebeurt

Juist omdat PEM vertraagd kan ontstaan, kun je je grens soms beter achteraf leren kennen dan op het moment zelf. Stel dat je een bepaalde activiteit meerdere keren doet en merkt dat je die avond of de volgende dag steeds duidelijk meer klachten hebt. Dan vertelt dat iets.

Niet per se dat die activiteit nooit meer kan. Maar wel dat de duur, intensiteit of combinatie met andere activiteiten op dat moment mogelijk te veel was. Dat patroon herkennen is vaak bruikbaarder dan wachten tot je tijdens een activiteit een duidelijk alarmsignaal krijgt.

Een eenvoudige manier om je eigen patroon te onderzoeken

Je hoeft daarvoor niet alles wat je doet uitgebreid bij te houden. Dat kan juist weer extra energie kosten. Je kunt het eenvoudiger maken.

Kijk bijvoorbeeld gedurende een week of twee alleen naar drie dingen:

  • Wat waren vandaag de grootste belastingen?
  • Merkte ik tijdens of kort na die activiteiten iets bijzonders?
  • Hoe ging het later die dag en de volgende dag?

Bij belasting kun je niet alleen denken aan lichamelijke activiteit, maar ook aan gesprekken, beeldschermtijd, afspraken, emoties en prikkels. Het doel is niet om alles onder controle te krijgen. Het gaat er vooral om dat je patronen ontdekt die je anders makkelijk mist.

Stoppen vóórdat je uitgeput bent

Wanneer je pas stopt als je volledig leeg bent, kan dat bij PEM te laat zijn. Dat betekent niet dat je voortdurend bang moet zijn om iets te doen. Maar het kan wel helpen om niet steeds je volledige beschikbare ruimte te gebruiken.

Sommige mensen houden bewust wat marge over, juist omdat hun belastbaarheid kan wisselen en omdat niet iedere belasting vooraf goed in te schatten is. Dat is ook een belangrijk onderdeel van pacing bij PEM. Daarmee wordt pacing minder: hoeveel kan ik maximaal doen? en meer: hoe kan ik vandaag iets doen zonder steeds mijn uiterste grens op te zoeken?

Je grens kan per dag verschillen

Dit is misschien één van de lastigste onderdelen van PEM: je grens ligt niet iedere dag op precies dezelfde plek. Wat gisteren prima ging, kan vandaag toch te veel zijn. Dat betekent niet automatisch dat je achteruitgaat of dat je iets verkeerd hebt gedaan. Je belastbaarheid kan simpelweg wisselen.

Daar kunnen allerlei factoren in meespelen. Hoe je hebt geslapen, wat je de dag ervoor hebt gedaan, hoeveel prikkels je hebt gehad, of je ziek bent geweest, spanning hebt ervaren of al langere tijd weinig herstelruimte hebt gehad. Soms is duidelijk waarom je minder aankunt, maar soms ook helemaal niet.

Daardoor bestaat er niet één vaste PEM-grens die je eenmaal ontdekt en daarna altijd kunt gebruiken. Het is eerder alsof je een soort bandbreedte leert kennen: op sommige dagen heb je iets meer ruimte, op andere dagen minder.

Dat vraagt dus niet alleen om weten waar je grens ongeveer ligt, maar ook om telkens opnieuw inschatten hoeveel ruimte er die dag lijkt te zijn. En zelfs dan blijft het deels onvoorspelbaar. Juist daarom kan het helpen om niet steeds je maximale grens op te zoeken, maar wat marge te houden.

Soms vind je helemaal geen reden

Je kunt terugkijken naar de afgelopen dagen en werkelijk niets vinden waarvan je denkt: dát was het. Dat komt voor.

Je kunt heel zorgvuldig omgaan met je energie en toch een terugslag krijgen zonder dat je precies weet waarom. Dan heeft het ook niet altijd zin om eindeloos te blijven zoeken naar wat je verkeerd hebt gedaan. Soms weet je het gewoon niet.

Wanneer heb je je grens dan goed gevonden?

Waarschijnlijk nooit helemaal precies. En dat hoeft ook niet. Je grens herkennen bij PEM gaat minder over één exact stopmoment en meer over steeds beter leren zien hoe jouw lichaam op verschillende soorten belasting reageert.

Welke activiteiten kosten relatief veel? Welke combinaties zijn lastig? Welke signalen komen bij jou vaker terug? En wat gebeurt er niet alleen tijdens een activiteit, maar ook in de uren en dagen erna?

Hoe beter je die patronen leert kennen, hoe makkelijker het meestal wordt om je activiteiten af te stemmen op je belastbaarheid. Maar zelfs als je alles zorgvuldig doet, kun je soms toch een terugslag krijgen.

PEM is geen rekensom die je altijd perfect kunt oplossen.

Reactie plaatsen

Download ons gratis e-book:

Pacing is je basis... En nu?


Je houdt je aan je grenzen, je rust genoeg, je zegt nee. En toch kom je niet verder. In dit e-book leggen we uit waarom dat logisch is, en wat er wel bij kan helpen.


Ontdek wat er naast pacing en alles wat je doet nog meer mogelijk is bij PEM.